Allergie bij de hond

Honden die last hebben van jeuk krabben en schuren hun huid kapot. Hierdoor wordt de huid kwetsbaar voor huidinfecties (bacteriën en/of schimmels). Om het probleem om te kunnen lossen is het belangrijk om de oorzaak op te sporen. Eén van de meest voorkomende oorzaken van jeuk is allergie. Allergie bij hond kan opgesplitst worden in 4 grote groepen: vlooien-, voedings- en contactallergie en atopie.

 

Vlooienallergie

Heel typisch voor deze vorm van allergie is de locatie van de jeuk. Meestal is het een zeer heftige jeuk ter hoogte van het achterste deel van de rug tot boven de staart. De jeuk gaat gepaard met haaruitval/kaalheid en vaak ontstekingen. Een goede vlooienbestrijding bij alle dieren thuis en de omgeving is zeer belangrijk. Er zijn verschillende opties zoals pipetten, tabletten en banden in combinatie met een omgevingsspray.

 

Voedselallergie

Honden kunnen uitsluitend last hebben van terugkerende oorontstekingen of in combinatie met jeuk over het hele lichaam. Het stellen van een diagnose is niet altijd gemakkelijk. Het dier moet gedurende 6-8 weken op een speciaal dieet. Het dieet bestaat uit een eiwitbron die het dier nog nooit eerder heeft gegeten zoals hert of paard. Hiervoor bestaat er commercieel verkrijgbare voeding of kan de eigenaar kiezen om het voer zelf te bereiden. Er kan ook gekozen worden voor brokken; hypoallergeen. In deze voeding zijn alle eiwitten zo klein gemaakt dat het dier hier niet meer op reageert. Tijdens de voedseltest met het speciale dieet kan er medicatie (Apoquel ®) gegeven worden om de jeuk te onderdrukken. Om te bewijzen dat het daadwerkelijk om een voedselallergie gaat moet het speciale dieet gegeven worden tot alle klachten weg zijn en daarna wordt het oude voer weer gegeven. Indien de klachten terug komen is bewezen dat het om een voedselallergie gaat. Deze vorm van allergie zien we vaak op jongen leeftijd.

 

Contactallergie

Deze vorm van allergie komt weinig voor. Het gaat vrijwel altijd om de onbehaarde delen van het lichaam en is er een rode huid zichtbaar. Vaak is er een duidelijk onderscheid tussen de normale en rode huid. Voor deze patiënten is het belangrijk om er achter te komen voor welke stof het dier allergisch is om contact te kunnen vermijden.

 

Atopie

Dit is een allergie voor omgevingsstoffen zoals huidstofmijt en graspollen. De dieren hebben vaak jeuk aan de poten (tussen de tenen en zoolkussens), terugkerende oorontsteking en/of last van de anaalklieren. Net als bij de voedingsallergie kan een terugkerende oorontsteking het enige symptoom zijn. Ook kunnen ze jeuk hebben bij de hakken en/of ellebogen en de kop. Deze vorm van allergie begint meestal op een leeftijd van 1,5-2 jaar. Regelmatig zien we een seizoensgebonden invloed. In het voorjaar komen de symptomen op en elk jaar kan het weer heftiger zijn dan het jaar ervoor.Aan de hand van de symptomen kan de dierenarts een waarschijnlijkheidsdiagnose stellen. Het is belangrijk om eerst een voedselallergie uit te sluiten. Om de diagnose te bevestigen kan er een intra-dermale (huid) test of een bloedtest worden gedaan. De huidtest wordt beschouwd als een meer gevoelige test, maar de bloedtest is zeer uitgebreid en minder belastend voor het dier.

Er wordt gebruik gemaakt van de Artuvetrin® Serum Test. Het bloed wordt afgenomen en opgestuurd naar het laboratorium. Daar wordt het getest voor de aanwezigheid van antistoffen tegen een groot aantal allergenen (oorzakelijke stoffen). Als er bekend is voor welke stoffen het dier allergisch is kan een behandeling gestart worden; hyposensibilisatie. Bij deze behandeling wordt de patiënt volgens een opbouwend schema onderhuids geïnjecteerd met een kleine hoeveelheid van de stoffen waarvoor hij/zij allergisch is. Op deze manier leert het immuunstelsel om niet meer op deze stoffen te reageren. De therapie heeft enige tijd nodig voordat het werkt en in de tussentijd kan er (net als bij de voedselallergie) medicatie  (Apoquel®) gegeven worden om de jeuk te onderdrukken. Deze vorm van therapie is in 75% van de gevallen succesvol. Er kan pas besloten worden dat de therapie niet werkt na een behandeling van 9 maanden. Indien de therapie succesvol is kan na een langdurige behandeling (minimaal 2,5 jaar) geprobeerd worden of de patiënt zonder de injecties kan. Sommige patiënten hebben de therapie levenslang nodig.

Het kan gebeuren dat de test “negatief” is. Het kan dus zijn dat het dier niet allergisch of allergisch is voor een andere stof dan waarvoor getest is. Bij deze patiënten kan de medicatie worden gegeven (Atopica® of Prednisolone) om de symptomen tegen te gaan.