Blaasgruis en blaasstenen bij de hond

Blaasgruis is het best te vergelijken met microscopisch-klein zand. Blaasgruis wordt vaak gevonden bij blaasontsteking. Er zijn verschillende soorten gruis en elke soort heeft zijn eigen behandeling. Blaasstenen zijn enkele millimeters tot enkele centimeters groot. Blaasstenen worden vaak gevormd uit gruis. Ook blaasstenen kunnen klachten geven passend bij een blaasontsteking. Ook kunnen de stenen vastlopen in de plasbuis. Dit komt vaker voor bij reuen. De meeste stenen moeten chirurgisch verwijderd worden. Bij een type steen, struvietsteen, is het mogelijk deze op te lossen door het geven van een speciaal dieet.

Bij de hond is blaasgruis van het type struviet vaak het gevolg van een bacteriële blaasontsteking. Na het geven van de juiste antibiotica lost het vaak vanzelf op. Dan is een dieet niet nodig. Ook bepaalde medicijnen kunnen voor blaasgruis of nier- of blaasstenen zorgen, bijvoorbeeld de behandeling met Allopurinol® in geval van een Leishmania infectie.

Ook door een aangeboren (of verkregen) afwijking aan de lever (porto systemische shunt, zie artikel) kunnen blaasgruis of blaasstenen ontstaan. Ook bepaalde hondenrassen hebben meer kans op de ontwikkeling van blaasgruis en stenen, zoals de Dalmatiër, Engelse Bulldog en de Dwergschnauzer.

Symptomen

De klachten lijken veel op de klachten van een blaasontsteking:

  • Vaak plassen
  • Kleine beetjes plassen
  • Bloed in de urine
  • In huis plassen/ buiten de bak plassen

Ook kan het zijn dat het dier niet meer kan plassen. Dit is een spoedgeval, dus neem zo snel mogelijk contact op met uw dierenarts. Dit probleem komt vaker voor bij reuen  (langere en nauwere plasbuis) dan bij teven.

Diagnose

Blaasgruis is vaak microscopisch te zien door middel van urine onderzoek. De urine wordt hiervoor met een centrifuge afgedraaid, waarna het sediment onder de microscoop wordt bekeken. Door het centrifugeren zakken de (zwaardere) kristallen naar de bodem. Met dit microscopisch onderzoek kan ook worden vastgesteld om welk type gruis/kristallen het gaat. Aan de hand van dit type wordt de behandeling ingesteld.

Blaasstenen kunnen met behulp van een röntgenfoto (indien de stenen calcium bevatten) of echo van de nieren/blaas in beeld worden gebracht.

 

Typen blaasgruis en stenen

 

Triplefosfaat (struviet)

Struviet kristallen (magnesium-ammonium-fosfaat, triple fosfaat) zien er meestal uit als als kleurloze, 3-dimensionale, prisma-achtige kristallen ( “doodskist deksels”). Af en toe, komen ze overeen (vaag) met een ouderwetse dubbel gerand scheermesje (onderste plaatje). Struviet kristallen zijn de meest voorkomende soort in de urine van honden en katten. Ze worden vaak gezien in de urine van klinisch normale individuen. Hoewel ze kunnen worden gevonden in de urine met elke pH, is het beste milieu neutrale tot alkalische urine (urine met een hoge zuurgraad). Een urineweginfectie met urease positieve bacteriën kan struviet crystalluria (en urolithiasis) bevorderen door verhoging van de urine pH en de toenemende hoeveelheid vrije ammoniak.

 

Calciumcarbonaat kristallen

Calciumcarbonaat kristallen zien er meestal uit als grote geel-bruin of kleurloze ronde vormen met radiale strepen. Ze kunnen ook worden gezien als kleinere kristallen met ronde, eivormig of Dumbel vormen. Deze kristallen komen normaal niet voor in honden urine.

 

Bilirubine kristallen

Bilirubine kristallen slaan meestal neer op andere elementen gevormd in de urine. Bilirubine kristallen worden meestal gezien in honden urine, vooral in sterk geconcentreerde exemplaren. Ze komen minder vaak voor in de urine van andere soorten. Bij honden zijn ze vaak van geen betekenis (gezonde honden kunnen lage, maar aantoonbare bilirubine niveaus in de urine hebben). Bilirubine kristallen (of een positieve reactie op de urinestrip) in katten urine moet onderzocht worden, omdat een onderliggend cholestatisch proces mogelijk aanwezig is.

 

Amorfe kristallen

Amorfe kristallen verschijnen als aggregaten van fijn korrelig materiaal zonder enige vorm op licht microscopisch niveau. Amorfe uraten (Na, K, Mg, Ca of zouten) hebben de neiging om in zure urine te vormen, en kunnen een gele of geel-bruine kleur hebben. Amorfe fosfaten zijn vergelijkbaar in het algemeen uiterlijk, maar hebben de neiging om in alkalisch urine gevormd te worden en hebben een gebrek aan kleur. Calciumoxalaat dihydraat kristallen kunnen zich soms ook presenteren als “amorf” wanneer de individuele kristallen erg klein zijn. Onderzoek bij een hogere vergrotingsfactor zal de typische “enveloppe” uitstraling onthullen. Xanthine kristallen zijn meestal in de vorm van “amorf” kristallen. Deze kristallen komen voor bij Dalmatische honden op allopurinol therapie voor uraat urolithiasis. Over het algemeen kan er geen specifieke klinische interpretatie worden gemaakt op basis van de bevinding van amorf kristallen. In sommige gevallen kunnen kleine amorfe kristallen worden verward met bacteriële Cocci, maar kunnen worden onderscheiden door Gram-kleuring.

 

Calciumoxalaat dihydraat

Calciumoxalaat dihydraat kristallen worden doorgaans gezien als kleurloze vierkanten waarvan de hoeken zijn verbonden door kruisende lijnen (die lijken op een envelop). Ze kunnen voorkomen in urine van elke pH. De kristallen variëren in omvang, van heel groot tot heel klein. In sommige gevallen, kan een groot aantal kleine oxalaten worden weergegeven als amorf, tenzij onderzocht bij een hoge vergrotingsfactor. Deze kristallen worden vaak gezien in normale urine van paarden en vee. Ze komen minder vaak voor in de normale honden urines. Urolithiasis vanwege calciumoxalaat is gemeld bij honden. In sommige gevallen komen zij secundair voor bij abnormale calcium (verhoogde) uitscheiding als gevolg van aandoeningen van calcium metabolisme (bijv. hyperparathyroidie). Mini Schnauzers hebben vaak calciumoxalaat urolithiasis. Calciumoxalaat dihydraat kristallen kunnen ook worden gezien in gevallen van ethyleenglycol intoxicatie. Als ze worden gezien in grote aantallen in de urine van een hond of kat met acuut nierfalen, moet rekening gehouden worden met deze diagnose.

 

Calciumoxalaat monohydraat

Calciumoxalaat monohydraat kristallen variëren in grootte en hebben een spindel-, ovaal-, of Dumbel vorm. Meest voorkomend, lijken ze op vlakke, langgerekte, zeshoekige kristallen (“doodskistjes”) Deze vorm van calciumoxalaat-kristallen is nog niet waargenomen in de urine van normale honden en en hun aanwezigheid is vrijwel altijd geassocieerd met ethyleenglycol intoxicatie.

 

Tyrosine

 

Tyrosine kristallen worden meestal gezien als fijne bruinige naalden. Deze kan worden geassocieerd met een ernstige leverziekte bij de mens, maar ze zijn zeer zelden waargenomen bij huisdieren.

 

Biuraten

Ammoniumuraat (of biuraat) kristallen worden meestal weergegeven als bruin of geel-bruine bolvormige lichamen met onregelmatige uitsteeksels ( “doorn-appelen”). Hoewel het mogelijk is dat ze worden gevormd in de urine met elke pH, worden ze vaker gevormd in neutrale tot alkalische urine. Deze kristallen komen vrij vaak voor bij honden met aangeboren of verworven portal-vasculaire afwijkingen, met of zonder gelijktijdige ammonium uraat stenen. Ze kunnen worden gezien in de urine van normale Dalmatische honden. Dalmatische honden en Engelse Bulldogs zijn gepredisponeerd voor uraat urolithiasis. Ze zijn zelden of nooit gezien in de urine van normale honden van andere rassen.

 

Cystine

Cystine kristallen zijn platte kleurloze platen en hebben een karakteristieke zeshoekige vorm met gelijke of ongelijke zijden. Ze aggregeren vaak in lagen. Hun vorming is favoriet in zure urine. Cystine crystalluria of urolithiasis is een indicatie van cystinuria, dat is een aangeboren afwijking van het metabolisme met defecte renale tubulaire reabsorptie van bepaalde aminozuren waaronder cystine. Er wordt gedacht aan sex-linked overerving, aangezien mannelijke honden vrijwel uitsluitend zijn beïnvloed. Veel rassen, waaronder Mongrels, zijn beïnvloed. De nierfunctie lijkt normaal te zijn en, afgezien van een neiging tot steenvorming, is het defect zonder ernstige gevolgen.

 

Behandeling

Struviet kan in principe worden opgelost met een dieet, zowel het gruis als de stenen.

Andere stenen moeten, als ze te groot zijn om uit te plassen, chirurgisch worden verwijderd. Na de operatie kan worden bepaald wat de chemische samenstelling is van de steen. Aan de hand hiervan kan worden gekeken wat de eventuele oorzaak was van de vorming en hoe de vorming van nieuwe stenen in de toekomst mogelijk kan worden voorkomen.

 

Preventie

Veel drinken verkleind de kans op blaasstenen en blaasgruis. Natvoer is over het algemeen beter dan droogvoer. Blaasgruisdieten zorgen er vaak voor dat een dier minder gaat drinken en dat de zuurgraad van de urine wordt geoptimaliseerd.

Struviet kan worden opgelost en voorkomen met een verzurend dieet.

Indien het gruis of de stenen zijn ontstaan ten gevolge van een onderliggende aandoening, moet deze worden behandeld indien mogelijk.