OESCN Statuten StatutenHHreglOESCNkleur.jpgHuishoudelijk reglement

Statuten

Akte de dato 12 september 2001

Artikel 1.

Naam, vestiging en duur.

1. De vereniging draagt de naam: Old English Sheepdogs Club Nederland. De vereniging kan de verkorte naam O.E.S.C.N. voeren en wordt in deze statuten aangeduid als: “de vereniging O.E.S.C.N.”.

2. Zij is gevestigd te Zutphen.

3. De vereniging is voor onbepaalde tijd aangegaan. Zij is opgericht op 1 januari negentienhonderd zes en zeventig

4. Zij is in het jaar tweeduizend toegetreden tot de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna ook te noemen: “Raad van Beheer”. 

Artikel 2.

Doel en middelen.

1.De vereniging heeft ten doel:

a. de instandhouding en verbetering van het ras Old English Sheepdogs;

b. de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de tot dit ras behorende honden in het algemeen en het voorkomen en bestrijden van erfelijke gebreken binnen dit ras in het bijzonder;

c. het bevorderen van het contact tussen fokkers en liefhebbers van de Old English Sheepdogs.

2. Zij tracht dit doel te bereiken door:

a. het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen;

b. het organiseren van exposities, regio activiteiten ;

c. het geven van voorlichting over de aankoop, het houden, opvoeden van Old English Sheepdogs;

d. het opstellen van plannen ter bestrijding van erfelijke gebreken binnen het ras en het treffen van maatregelen ten uitvoering van die plannen;

e. het registreren van uitslagen van onderzoeken van tot het Old English Sheepdogs ras behorende honden betreffende de aanwezigheid van erfelijk bepaalde afwijkingen alsmede van de mogelijkheid van het doorgeven van de aanleg daarvoor aan nakomelingen, een en ander met het doel, ten behoeve van een verantwoorde fokkerij van Old English Sheepdogs gegevens uit deze registratie aan derden te verstrekken en te publiceren

f. het uitgeven van clubbblad of periodiek;

g. het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde kynologie;

h. al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, een en ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de statuten, reglementen en wettige besluiten van de Raad van Beheer.

Artikel 3.

Verhoudingen tot de vereniging Raad van Beheer.

1. De vereniging O.E.S.C.N. ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.

2. De vereniging O.E.S.C.N. aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.

3. De leden van de O.E.S.C.N. zijn jegens de vereniging tot hetzelfde gehouden als waartoe de vereniging O.E.S.C.N. vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten.

4. De vereniging O.E.S.C.N. is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen aan de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging O.E.S.C.N. jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die leden van de vereniging O.E.S.C.N. rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben, alles met toepassing van het bepaalde artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 4.

Verenigingsjaar.

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5.

Leden en donateurs.

1. De vereniging kent:

a. gewone leden;

b. gezinsleden;

c. ereleden;

d. donateurs.

2. a. Gewone leden zijn personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.

b. Gezinsleden zijn gewone leden die met een lid zijn getrouwd, daarmee duurzaam samenleven of in gezinsverband met het gewone lid samenwonen en als zodanig zijn toegelaten. Zij ontvangen geen periodiekblad.

c. Ereleden zijn gewone leden die zich voor de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en om die reden als zodanig zijn benoemd. Ere leden worden door de Algemene Vergadering benoemd op voordracht van het bestuur, of op schriftelijk verzoek van tenminste twintig stemgerechtigde leden. Voor een benoeming is tenminste twee/derde van de in de Algemene Vergadering uitgebrachte stemmen nodig. Ereleden betalen geen contributie.

d. Daar waar in deze statuten wordt gesproken over leden, worden daaronder de gewone leden verstaan, verder te noemen, de leden.

Artikel 6.

Toelating van leden.

1. Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden, gezinsleden, nadat zij zich schriftelijk als zodanig hebben aangemeld.

2. Zij aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie casu quo na 1 januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd kunnen als lid worden geweigerd.

3. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden vóór het houden van een Algemene Vergadering wordt ontvangen.

4. Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staat daarentegen binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Ledenvergadering open. De Algemene Ledenvergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.

Artikel 7.

Aanvang van het lidmaatschap.

1. Het lidmaatschap van algemene leden, gezinsleden vangt onverminderd het bepaalde in artikel 5, lid 2 sub c., aan met de dag volgende op hun toelating.

2. Het lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.

Artikel 8.

Einde van het lidmaatschap.

Het lidmaatschap eindigt:

a. door de dood van het lid;

b. door opzegging van het lid;

c. door opzegging van de vereniging;

d. door ontzetting.

Artikel 9.

Opzegging door het lid.

1. Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.

2. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 26, lid 4, met ingang van de dag die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.

3. Indien het lidmaatschap niet is opgezegd voor één december van enig jaar is de contributie voor het volgend jaar te voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.

Artikel 10.

Opzegging door de vereniging.

  1. Opzegging door de vereniging is slechts mogelijk indien:

a. het lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;

b. aan het lid door de Raad van Discipline voor de Kynologie casy quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd;

c. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

2. De opzegging geschiedt door het bestuur.

3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a, wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

4. het lid wordt zo spoedig mogelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt de mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.

5. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen een maand na de ontvangst van de in het vorig lid mededeling beroep op de Algemene Ledenvergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht.

6. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 26, lid 4, met ingang van de dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep door de Algemene Ledenvergadering genomen met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit genomen wordt, en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen.

7. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.

Artikel 11.

Ontzetting.

1. Ontzetting is slechts mogelijk indien:

a. het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;

b. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

2. De ontzetting geschiedt door het bestuur.

3. Artikel 10, vierde tot en met zevend lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12.

Overige sancties.

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, vijfde lid en artikel 11, derde lid kan een lid door het bestuur voor de duur van maximaal één jaar worden geschorst, indien het lid heeft gehandeld in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging dan wel de vereniging op onredelijke wijze heeft benadeeld.

2. Artikel 10, lid 5 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13.

Organen.

De vereniging kent:

a. een bestuur

b. een Algemene Vergadering

c. een kascommissie

Artikel 14.

Samenstelling bestuur.

1. De Algemene vergadering besluit, of het bestuur uit vijf of zeven leden zal bestaan. De bestuursleden worden door de Algemene Vergadering uit de algemene leden, de ereleden en de gezinsleden benoemd. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat de voorzitter buiten de leden kan worden benoemd.

2. Datgene aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie casus quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar.

3. De voorzitter wordt door de Algemene Vergadering in functie benoemd.

Artikel 15.

Voordrachten.

1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in het zesde lid.

2. Iedere voordracht heeft op één bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene, door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van tenminste één kandidaat.

3. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien stemgerechtigde leden bevoegd.

4. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht van tien of meer stemgerechtigde leden moet ten minste één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.

5. Is er voor een bepaalde vacature meer dan één voordracht, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

6. Is er voor een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de Algemene Vergadering voor de vervulling van die vacature vrij in haar keus.

Artikel 16.

Einde bestuurslidmaatschap.

1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:

a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;

b. door periodiek aftreden;

c. door bedanken;

d. door ontslag;

e. door oplegging van een straf door de Raad van Discipline voor de Kynologie casus quo na één januari tweeduizend het Tuchtcollege voor de Kynologie.

2. Het lidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b., aan het einde van de in artikel 17, eerste lid, bedoelde Algemene Vergadering.

In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c., eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.

Artikel 17.

Periodieke aftreding.

1. Ieder jaar treden op de Algemene Vergadering twee of drie bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzingen rooster.

2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt dat:

a. ieder bestuurslid uiterlijk drie jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse Algemene Vergaderingen.

b. de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden.

c. zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.

3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.

Artikel 18.

Schorsing en ontslag.

1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Ledenvergadering met een meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen worden ontslagen of geschorst.

2. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door verloop van die termijn.

Artikel 19.

Vervulling tussentijdse vacatures.

1. Indien in het bestuur één of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.

2. Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering ter voorziening in die vacatures te beleggen.

Artikel 20.

Bestuursfuncties.

1. Het bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan, voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden.

2. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar.

3. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing.

Artikel 21.

Bestuurstaak en -bevoegdheden; verantwoordelijkheid van bestuurders.

1. Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene vergadering in de begroting of op andere wijze wordt gegeven.

2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaren van registergoederen.

3. Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Artikel 22.

Besluitvorming bestuur.

1. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt besloten de zaak tot een volgende vergadering aan te houden. Alleen bij zaken die uitdrukkelijk geen uitstel kunnen hebben, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

2. Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.

3. In afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een genomen besluit niet beslissend.

Artikel 23.

Mandatering en delegatie van bestuurstaken en –bevoegdheden.

1. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.

2. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een door het bestuur ingestelde commissie. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.

3. de richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met deze statuten of met een reglement bedoeld in artikel 39.

4. Bij mandatering aan één of meerdere bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.

Artikel 24.

Vertegenwoordiging.

1.De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, komt toe aan:

a. het bestuur;

b. twee bestuursleden gezamenlijk, handelend in opdracht van het bestuur;

c. een door het bestuur schriftelijk gevolmachtigde.

2. Bij verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van artikel 20 aangewezen vervanger.

Artikel 25.

Geldmiddelen.

De inkomsten van de vereniging bestaan uit:

a. contributies

b. inschrijf- en entreegelden voor evenementen

c. schenkingen, legaten en erfstellingen

d. overige baten.

Artikel 26.

Contributie.

1. De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld.

2. Het bedrag van de contributie van gezinsleden en jeugdleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van algemene leden.

3. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene Vergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.

4. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.

5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bijzondere termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.

Artikel 27.

Begroting.

1. Het bestuur legt jaarlijks aan de Algemene Vergadering een begroting van inkomsten en uitgaven ter vaststelling voor op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden vóór de aanvang van het betreffende verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse Algemene Vergadering.

2. De ontwerpbegroting wordt aan de stemgerechtigde leden en de jeugdleden ten minste drie weken vóór de Algemene Ledenvergadering op verzoek toegezonden, dan wel gepubliceerd in het clubblad.

Artikel 28.

Jaarverslag.

Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.

Artikel 27, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29.

Boekhouding.

1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

2. Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende tien jaren.

Artikel 30.

Rekening en verantwoording.

1. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en de lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste Algemene Ledenvergadering na afloop van dat verenigingsjaar.

2. Artikel 27, tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

3. Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de Algemene Vergadering strekt het bestuur tot decharge voor al hetgeen daaruit blijkt.

4. Artikel 29, tweede lid is van toepassing.

Artikel 31.

Kascommissie.

1. De Algemene Vergadering benoemt de kascommissie die bestaat uit twee leden. Een lid van de kascommissie heeft zitting voor de duur van twee jaren. Een van hen treedt op de even jaren af en de ander op de oneven jaren. De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks een toetredend lid en een reserve lid. Leden van de kascommissie zijn geen bestuurslid noch echtgenote of partner dan wel verwanten in de eerste graad van een bestuurslid.

2. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de Algemene Vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit.

3. Het bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor de Algemene Ledenvergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.

4. Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vereist, dan kan de kascommissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan. Kascommissie en bestuur moeten beiden instemmen met de keuze van de deskundige.

5. De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere leden.

Artikel 32.

De Algemene Vergadering.

1. Aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe., die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

2. Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk vier maanden na afloop van het voorafgaande verenigingsjaar, een Algemene Vergadering gehouden.

In deze jaarlijkse Algemene Vergadering komen in ieder geval aan de orde:

a. het jaarverslag, bedoeld in artikel 28;

b. de balans en de staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 30;

c. het verslag van de kascommissie, bedoeld in artikel 31;

d. de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en de staat van lasten en baten en lasten over het lopende verenigingsjaar;

e. de begroting, bedoeld in artikel 27, tenzij deze al is vastgesteld;

f. de voorziening in bestuur vacatures.

3. De Algemene Vergadering kan de in het tweede lid genoemde termijn verlengen van vier tot zes maanden.

4. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dat wenselijk vindt of tenminste tien stemgerechtigde leden dan wel, indien dat minder is, ten minste een tiende deel van de stemgerechtigde leden dat verzoeken.

Bij het verzoek worden de te behandelen onderwerpen, die op de agenda moeten worden vermeld, duidelijk aangegeven.

5. Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Ledenvergadering van tenminste zoveel stemgerechtigde leden als in het vorig lid worden bedoeld, worden op de agenda van de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering vermeld indien zij tenminste zes weken vóór die Algemene Ledenvergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden met een preadvies van het bestuur tenminste drie weken vóór de Algemene Ledenvergadering op verzoek aan de leden toegezonden, of gepubliceerd in het clubblad.

6. Alleen over de geagendeerde punten kunnen besluiten worden genomen.

Artikel 33.

Bijeenroeping.

1. De Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur.

2. De leden worden, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, ten minste drie weken van tevoren opgeroepen door toezending van een agenda, die desgewenst in het clubblad kan worden opgenomen.

3. De agenda vermeldt plaats, datum en aanvangstijdstip van de vergadering, alsmede de te behandelen agendapunten.

4. Indien ingevolge artikel 32, vierde lid, op verzoek van een aantal leden een Algemene Vergadering moet worden gehouden, is het bestuur verplicht die vergadering uit te schrijven binnen twee weken na ontvangst van het verzoek en op een termijn van niet langer dan zes weken na indiening van het verzoek. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, hetzij overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, hetzij door middel van een advertentie in ten minste één landelijk veel gelezen dagblad.

Artikel 34.

Toegang en stemrecht.

1. Alle leden, met uitzondering van geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel 10, vijfde lid, artikel 11, derde lid en artikel 12, hebben de toegang tot de Algemene Vergadering en stemrecht. Jeugdleden en geschorste leden hebben echter geen stemrecht. Indien de voorzitter buiten de leden is benoemd, heeft deze wel toegang tot de Algemene Vergadering maar geen stemrecht.

2. Over toelating van andere dan in de in het eerste lid bedoelde personen beslist het bestuur.

3. Een lid kan niet iemand anders machtigen, het stemrecht namens hem uit te oefenen.

4. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, behoudens de beperkingen die bij huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.

Artikel 35.

Voorzitterschap en notulering.

1. De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.

2. Van het verhandelde in een Algemene Vergadering wordt door de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien dan, dan wijst de voorzitter een notulist aan. De notulen worden door het bestuur vastgesteld en door de voorzitter en de notulist ondertekend.

3. Bij toepassing van artikel 33, vierde lid laatste volzin, kunnen de verzoekers anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.

4. De vastgestelde notulen worden, door publicatie in het clubblad of op andere wijze, zo spoedig mogelijk ter kennis van de leden gebracht.

Artikel 36.

Besluitvorming.

1. Voor zover de wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten van de Algemene Vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

2. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar tellen wel mee voor het quorum.

3. Alle stemmingen over de aanwijzing of benoeming van personen geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht, of tenminste vijf stemgerechtigde leden dat vóór de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met ongetekende briefjes.

4. Indien niemand hoofdelijke stemming verlangt wordt het besluit per acclamatie genomen.

5. Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter besluiten tot stemming bij handopsteken, tenzij één der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.

6. Indien schriftelijke stemmingen moeten plaatsvinden, dient er voor iedere aanwijzing, benoeming of zaak een apart stembriefje te worden gebruikt. Afzonderlijke stemmingen worden gehouden indien tenminste vijf stemgerechtigde leden dat verlangen.

7. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de benoeming of aanwijzing van personen, dan is het voorstel verworpen.

Artikel 37.

Stemmingen over personen.

1. Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.

2. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

3. Bij de in het tweede lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd op de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

4. Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.

Artikel 38.

Vaststelling besluitvorming.

1. Het in de Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2. Indien de reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, dan treedt het niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement.

3. De Algemene Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement.

Artikel 39.

Reglementen.

1. De Algemene Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of van deze statuten.

2. Indien de reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, dan treedt het niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement.

3. De Algemene Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzingen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement.

Artikel 40.

Geschillencommissie.

1. Het bestuur kan, in opdracht van de Algemene Vergadering, bij geschillen tussen het bestuur en een of meerdere bestuursleden en tussen bestuursleden en/of leden onderling, een geschillencommissie benoemen, bestaande uit een voorzitter en twee leden die geen lid zijn van het bestuur.

2. Een lid wordt benoemd door het bestuur, een lid wordt benoemd op bindende voordracht van het lid of de leden waarmee het conflict bestaat.

3. Het bestuur benoemt de voorzitter van de commissie op bindende voordracht van beide in lid 2 van dit artikel benoemde leden.

4. De geschillencommissie doet in het geschil uitspraak na behoorlijk onderzoek en oproeping, althans schriftelijke raadpleging, van alle betrokkenen. Zij bepaalt zelf verder de loop van de procedure. De leden van de vereniging verstrekken aan de commissie alle door haar verlangde inlichtingen. De commissie kan in overleg met de penningmeester, op kosten van de vereniging, deskundigen raadplegen, indien zij daar behoefte aan heeft.

5. De schriftelijke uitspraak van de commissie wordt onverwijld aan het bestuur en aan alle betrokkenen toegezonden. Het bestuur en alle betrokkenen zijn verplicht, naar de uitspraken van de commissie te handelen.

Artikel 41.

Aansprakelijkheid.

De vereniging is tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade, ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen of evenementen, van welke aard ook, en evenmin voor schade ten gevolge van door de vereniging verleende adviezen of door welke andere oorzaak dan ook.

Artikel 42.

Statutenwijziging.

1. De statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering.

2. Een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt ten minste vijf dagen voor de vergadering door hen die de oproeping tot de vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage worden gelegd tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze ter inzagelegging op de hoogte gesteld.

3. Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in artikel 33 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad, hetzij toegezonden aan alle leden die daarom verzoeken. In het laatste geval worden de leden van de mogelijkheid daartoe in kennis gesteld.

4. Amendementen op het voorstel tot statutenwijziging moeten uiterlijk één week voor de vergadering schriftelijk door tenminste tien stemgerechtigde leden en indien dat minder is, door tenminste een/tiende van de stemgerechtigde leden bij het bestuur worden ingediend.

Indien het voorstel tot statutenwijziging aan alle leden is toegezonden, worden ook de ingediende amendementen zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de indieningstermijn aan alle leden toegezonden. Indien het voorstel tot statutenwijziging alleen is toegezonden aan de leden die daarom hebben verzocht, dan worden ook de ingediende amendementen alleen aan deze leden toegezonden.

5. Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt.

Artikel 43.

Ontbinding.

1. De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering, waarin tenminste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Ledenvergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.

2. Artikel 42, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3. Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Vergadering een andere kynologische vereniging aan, waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen. Ook kan de Algemene Vergadering een of meer anderen dan het bestuur met de vereffening belasten.

 

Huishoudelijk reglement

OLD ENGLISH SHEEPDOG CLUB NEDERLAND

September 2001 goedgekeurd door de raad van beheer op kynologisch gebied te Nederland

Artikel 1.
Toelating van leden.
1. Zij die als lid tot de vereniging willen toetreden, vermelden bij hun schriftelijke aanmelding hun naam, adres, postcode en woonplaats. Indien het een aanmelding als jeugdlid betreft, wordt ook de geboortedatum vermeld. Bij een aanmelding als gezinslid wordt de naam van het algemeen lid vermeld.
2. De secretaris deelt het bestuursbesluit omtrent de toelating zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de betrokkene mee. In geval van niet-toelating worden daarbij de motieven medegedeeld, die het bestuur tot zijn beslissing hebben geleid. In geval van toelating wordt een exemplaar van de statuten, van dit huishoudelijk reglement en verdere relevante regelgeving binnen de vereniging bijgevoegd.
3. De namen van de toegelaten leden worden gepubliceerd in het clubblad.

Artikel 2.
Opzegging, ontzetting en schorsing.
1. Indien het bestuur voornemens is, een besluit tot opzegging, ontzetting of schorsing te nemen als bedoeld in de artikelen 10,11 of 12 van de statuten, dan stelt het bestuur het betrokken lid tijdig tevoren schriftelijk onder opgave van redenen van dit voornemen in kennis.
2. Het betrokken lid kan binnen een maand bij het bestuur een bezwaarschrift tegen het in het eerste lid bedoelde voornemen indienen.
3. Het lid wordt voorts mondeling door het bestuur gehoord als dat in het bezwaarschrift wordt gevraagd. Het bestuur kan ook anderen horen alvorens te besluiten.
4. In spoedeisende gevallen kan het bestuur besluiten voor de behandeling van het bezwaarschrift, doch niet dan nadat het betrokken lid is gehoord, dan wel de gelegenheid te hebben gehad te worden gehoord.

Artikel 3.
Voorzitter.
1. De voorzitter bevorderd de behartiging van de belangen van en de goede gang van zaken in de vereniging.
2. Hij leidt, behoudens het bepaalde in artikel 35 der statuten, de Algemene Vergaderingen en de vergaderingen van het bestuur. Hij handhaaft in de vergaderingen de statuten en reglementen van de vereniging en houdt ook buiten deze vergaderingen toezicht op deze handhaving.
3. Hij bepaalt de volgorde van behandeling van zaken ter vergadering, zolang de vergadering daarover zelf daarover geen besluit neemt.
4. Hij handhaaft de orde in de vergaderingen.
5. Hij ondertekent samen met de secretaris de notulen van alle vergaderingen en de belangrijke uitgaande brieven.
6. Hij kan, op een door hem te bepalen tijdstip, het saldo van de vereniging schriftelijk opvragen bij de bank casu quo postgiro en dit met de boekhouding van de vereniging vergelijken.

Artikel 4.
Secretaris.

1. De secretaris voert de correspondentie van de vereniging, ondertekent alle uitgaande brieven en legt belangrijke uitgaande brieven ter beoordeling aan de voorzitter voor.
2. Hij maakt, behoudens het bepaalde in artikel 35 der statuten, de notulen van de Algemene Vergaderingen en van de bestuursvergaderingen. Hij zendt de notulen van een bestuursvergadering zo spoedig mogelijk na die vergadering in concept aan alle bestuursleden en agendeert de behandeling daarvan voor de eerstvolgende bestuursvergadering. Hij ondertekent de notulen, na, eventueel gewijzigde, vaststelling samen met de voorzitter en neemt de eventueel door het bestuur aangebrachte wijzigingen tevens op in de notulen van de vergadering waarin tot deze wijzigingen werd besloten.
3. hij draagt in overleg met de voorzitter zorg voor de opstelling van de agenda’s en alle bijbehorende stukken voor de Algemene Vergaderingen en de bestuursvergaderingen en ziet toe op tijdige toezending daarvan.
4. Hij doet in iedere bestuursvergadering mededeling van alle ingekomen brieven. Aan het bestuur gerichte of voor het bestuur bestemde, maar bij andere bestuursleden ingekomen brieven, worden onverwijld door deze bestuursleden naar de secretaris doorgezonden.
5. Hij draagt zorg voor het bijhouden van een overzichtelijk archief, waarin naast alle inkomende, een afschrift van alle uitgaande correspondentie en alle vergaderstukken en notulen, ook alle overige voor de vereniging van belang zijnde stukken worden opgenomen.
6. Hij draagt zorg voor het voortdurend en nauwkeurig bijhouden van een ledenregister, waarin de namen, adressen en het soort lidmaatschap van alle leden zijn opgenomen. Dit register is voor alle leden bij de secretaris ter inzage.
7. Hij draagt er door registratie van de in een Algemene Ledenvergadering aanwezige stemgerechtigde leden en door andere maatregelen zorg voor, dat bij eventuele stemmingen ieder aanwezig stemgerechtigd lid op een zo doelmatig mogelijke wijze één stem kan uitbrengen.
8. Hij stelt het jaarverslag zo tijdig samen, dat dit na vaststelling door het bestuur overeenkomstig artikel 28 van de statuten kan worden uitgebracht.
9. Het bestuur kan besluiten, dat een deel der werkzaamheden van de secretaris door een ander lid van het bestuur of, met toepassing van artikel 23 van de statuten en onder toezicht en verantwoordelijkheid van de secretaris, door een lid buiten het bestuur zal worden verricht volgens een werkverdeling die de goedkeuring van het bestuur behoeft.

Artikel 5.
Penningmeester.
1. De penningmeester ziet, behoudens het bepaalde in het zevende lid, toe op het doen ontvangen van alle ontvangsten en uitgaven der vereniging. Hij zorgt voor een tijdige inning van de jaarlijkse contributie der leden.
2. De penningmeester behoeft voorafgaande toestemming van het bestuur voor het doen van uitgaven tot een hoger bedrag dan waartoe door het bestuur is bepaald.
3. De penningmeester is bevoegd, namens de vereniging bewijzen van ontvangst te tekenen. Hij kan deze bevoegdheid echter voor concreet omschreven ontvangsten tot ten hoogste een door het bestuur daartoe te bepalen bedrag delegeren aan de beheerder van een dagelijkse kas als bedoeld in het zevende lid.
4. De penningmeester houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 29 en 30 van de statuten.
5. Hij geeft tevens uitvoering aan artikel 29, tweede lid, van de statuten.
6. Hij stelt de begroting, onderscheidenlijk de balans en de staat van baten en lasten zo tijdig samen, dat deze na vaststelling door het bestuur overeenkomstig de artikelen 27 en 30 van de statuten kunnen worden uitgebracht. In de begroting worden naast de ramingen voor het nieuwe jaar ook de ramingen voor het voorafgaande jaar en de uitkomsten van het laatst afgesloten jaar vermeld. In de staat van baten en lasten worden naast de uitkomsten van het betreffende jaar ook de ramingen voor dat jaar en de uitkomsten van het voorafgaande jaar vermeld.
7. Het bestuur kan bepalen, dat andere bestuursleden dan de penningmeester of leden van een door het bestuur ingestelde commissie bevoegd zijn tot het doen van ontvangsten en uitgaven tot ten hoogste een daartoe door het bestuur te bepalen bedrag, en belast zijn met het beheer van de daaruit voortvloeiende dagelijkse kas, een en ander voor zover dit direct verband houdt met hun specifieke bestuur - of commissietaak. Het saldo van een dergelijk kas mag niet meer bedragen dan een daartoe door het bestuur bepaald bedrag; het meerdere wordt onverwijld aan de
penningmeester afgedragen. De beheerder van een dagelijkse kas is voor zijn beheer verantwoording schuldig aan de penningmeester. Hij houdt daartoe nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere gegevens die de penningmeester noodzakelijk acht en verschaft de penningmeester daarvan een overzicht zo dikwijls deze dat verlangt. De penningmeester draagt er zorg voor, dat ook alle ontvangsten en uitgaven die door andere bestuursleden en commissieleden zijn gedaan, in de boeken der vereniging worden verantwoord.

Artikel 6.
Bestuursvergaderingen.
1. Het bestuur vergadert als de voorzitter of ten minste de helft van de andere zittende bestuursleden dit wenselijk acht.
2. De bestuursleden worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste twee weken van tevoren van de door de voorzitter bepaalde dag, uur en plaats van de vergadering in kennis gesteld.
3. De agenda, vermeldende de te behandelen onderwerpen, en eventuele toelichtende stukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, zo tijdig aan bestuursleden toegezonden dat deze zich op verantwoorde wijze op de vergadering kunnen voorbereiden.
4. Indien het tweede en derde lid niet in acht zijn genomen of het betreffende onderwerp in de agenda niet duidelijk is omschreven, dan kan ter vergadering slechts een besluit worden genomen indien tenminste twee/derde van het aantal zitting hebbende bestuursleden aanwezig is en met het nemen van een besluit instemt. Over alle besluiten wordt zo nodig mondeling gestemd, nadat de voorzitter het voorstel waarover gestemd moet worden, duidelijk heeft geformuleerd. De volstrekte meerderheid is behaald indien ten minste één stem meer voor dan tegen het voorstel is uitgebracht, waarbij blanco stemmen niet worden meegerekend.

Artikel 7.
Einde bestuurslidmaatschap.

Ieder die ophoudt lid van het bestuur te zijn, is verplicht binnen twee weken na het einde van zijn bestuurslidmaatschap alle onder hem berustende verenigingsstukken en eigendommen van de
vereniging behoorlijk geordend aan zijn opvolger of aan een ander daartoe door het bestuur aan te wijzen bestuurslid over te dragen. Het bestuur kan deze termijn verlengen.

Artikel 8.
Commissies.

1. De leden van commissies als bedoeld in artikel 23 van de statuten worden door het bestuur benoemd. Zij kunnen te allen tijde door het bestuur worden geschorst en ontslagen.
2. Een door het bestuur ingestelde commissie kan te allen tijde door het bestuur worden opgeheven.

Artikel 9.
Kascommissie; tussentijds onderzoek.

1. De kascommissie is te allen tijde bevoegd, hetzij op verzoek van het bestuur, hetzij uit eigen beweging, een tussentijds onderzoek in te stellen. Artikel 31, derde en vierde lid, der statuten is op een dergelijk tussentijds onderzoek van toepassing.
2. Een tussentijds onderzoek wordt in ieder geval ingesteld wanneer een aftredend penningmeester de boekhouding en de kas en waarden aan zijn opvolger overdraagt.
3. De kascommissie brengt van een tussentijds onderzoek schriftelijk verslag aan het bestuur uit.

Artikel 10.
Algemene Vergaderingen, agendapunten en voorstellen.

1. De Algemene Vergadering kan geen besluiten nemen over een onderwerp, dat niet duidelijk in de agenda als te behandelen agendapunt is omschreven.
2. Van brieven die aan de Algemene Vergadering zijn gericht, wordt in de eerstvolgende Algemene Vergadering bij de behandeling van het agendapunt “ingekomen stukken” mededeling gedaan. Zij vormen geen onderwerp van beraadslaging indien zij niet afzonderlijk als te behandelen agendapunt op de agenda zijn vermeld of met een ander agendapunt verband houden, tenzij de vergadering anders besluit. De Algemene Vergadering kan echter ook in dat geval niet afwijken van het eerste lid.
3. Ieder lid kan ter vergadering over één agendapunt niet vaker dan twee maal het woord voeren, tenzij met toestemming van de voorzitter of van de vergadering.
4. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een voorstel van orde doen. Een dergelijk voorstel betreft de wijze van behandeling van de agenda of van een agendapunt.
5. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een duidelijk omschreven voorstel indienen betreffende een agendapunt dat aan de orde is. Het voorstel vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien het tenminste door vier aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
6. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een amendement indienen. Amendementen met een voorstel tot een statutenwijziging moeten echter ten minste een week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur, gesteund door tien stemgerechtigde leden of een/tiende van de stemgerechtigde leden, worden ingediend. Een amendement behelst een duidelijk omschreven voorstel tot wijziging van een voorstel dat aan de orde is. Het amendement vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien het door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
7. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een motie indienen. Een motie behelst een duidelijk omschreven voorstel om een oordeel uit te spreken of een verzoek te doen. De motie vormt slecht onderwerp van beraadslaging indien deze door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund. Over een ter vergadering ingediende motie kunnen geen beslissingen genomen worden. Een motie die geen betrekking heeft op een bepaald agendapunt, kan bij de rondvraag worden ingediend.
8. Indien in een aangenomen motie aan het bestuur gevraagd wordt iets te doen of na te laten, dan beraadt het bestuur zich in de eerstvolgende bestuursvergadering en maakt zijn genomen besluit zo spoedig mogelijk in het clubblad bekend. Indien het bestuur besluit aan de motie geen gevolg te geven, is het verplicht het onderwerp op de agenda van de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering als te behandelen agendapunt te vermelden.

Artikel 11.
Algemene Vergaderingen, stemmingen.

1. Een in de Algemene Vergadering uitgebrachte stem is ongeldig, indien de keuze van het betreffende lid daaruit naar het oordeel van de voorzitter of, als een stembureau is gevormd, naar oordeel van het stembureau niet duidelijk en ondubbelzinnig blijkt.
2. Een schriftelijke stemming is ongeldig, indien meer stemmen zijn uitgebracht dan er stemgerechtigde leden aanwezig zijn en het verschil op de uitslag van de stemming van invloed kan zijn.

Artikel 12.
Algemene Vergaderingen; orde.

De voorzitter kan een lid dat ter vergadering onfatsoenlijke taal gebruikt of zich op andere wijze misdraagt, na waarschuwing het recht ontnemen om bij het betreffende agendapunt of gedurende de gehele vergadering verder het woord te voeren. Bij herhaald wangedrag kan de voorzitter het lid het recht ontnemen de vergadering verder bij te wonen.

Artikel 13.
Contributie.

Nieuwe leden die na één juli als lid worden toegelaten, zijn over het lopende verenigingsjaar slechts de helft van de contributie verschuldigd. Leden hebben tot uiterlijk één en dertig januari van het verenigingsjaar de gelegenheid hun contributie voor het lopend verenigingsjaar te voldoen. Blijkt de contributie niet te zijn voldaan, dan wordt het lidmaatschap per één maart daaraanvolgend opgezegd.

Artikel 14.
Representatie.

De leden wekken tegenover derden niet de indruk dat zij de vereniging representeren, tenzij zij deel uitmaken van het bestuur of door het bestuur uitdrukkelijk tot representatie zijn gemachtigd.

Artikel 15.
Orgaan der Vereniging.

1. Het bestuur benoemt op grond van artikel 23 van de statuten een redactiecommissie, bestaande uit een bestuurslid als gedelegeerde van het bestuur en indien mogelijk ten minste twee leden die geen lid van het bestuur zijn.
2. Het bestuur geeft in een redactiereglement aanwijzingen met betrekking tot de uitvoering en uitoefening. Het bestuur bepaalt binnen de grenzen van de begroting de omvang en vormgeving van het clubblad na overleg met de redactiecommissie.
3. Het advertentietarief wordt door het bestuur bepaald. Het bestuur beslist omtrent de plaatsing van advertenties.

Artikel 16.
Vergoedingen.

1. de leden van het bestuur genieten ten laste van de vereniging een vergoeding voor noodzakelijk gemaakte reis - en verblijfskosten, porti en telefoonkosten. De kosten moeten schriftelijk gedeclareerd worden in het jaar waarin zij zijn gemaakt doch uiterlijk voor één februari van het daarop volgend jaar.
2. De vergoeding voor reiskosten wordt gebaseerd op de kosten van openbaar vervoer, tenzij de reis doelmatiger met de auto gemaakt kan worden, in welk geval per gereden kilometer een bedrag wordt vergoed. De overige vergoedingen zijn gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten.
3. Het bestuur kan voor de te vergoeden verblijfskosten maxima bepalen. Voor meerdaagse reizen en voor reizen naar het buitenland is voorafgaande toestemming van het bestuur nodig.
4. De penningmeester gaat niet tot uitbetaling over dan nadat de declaratie door de voorzitter of, als het de voorzitter zelf of een niet – bestuurslid betreft, door een ander daarvoor het meest in aanmerking komend bestuurslid voor akkoord is mede – ondertekend.
5. Het bestuur kan bepalen, dat dit artikel ook van toepassing is op leden van commissies en op anderen die ter uitvoering van een bestuursopdracht kosten hebben gemaakt.

Artikel 17.
Introductie.

Ieder lid kan met toestemming van de voorzitter één persoon introduceren bij bijeenkomsten en vergaderingen, tenzij het bestuur heeft bepaald dat voor een bepaalde bijeenkomst of vergadering introductie niet is toegestaan. Op introductie bij een Algemene Vergadering is echter uitsluitend artikel 34, tweede lid, der statuten van toepassing.

Artikel 18.
Onvoorziene gevallen.

In gevallen waarin de wet, de statuten en de reglementen niet voorzien, beslist het bestuur. Over zijn beslissing legt het bestuur desgevraagd verantwoording aan de Algemene Vergadering af.