Tick borne diseases (door teken overgebrachte ziekten)

Tick-borne diseases is een verzamelnaam voor alle ziekten die overgedragen worden door teken. De teek fungeert als een vector. In deze vector kan de ziekteverwekker zich veranderen naar  een ander stadium of kan enkel dienen als verspreidingsmiddel van de ziekteverwekker.

Hieronder staat een opsomming van de meest voorkomende tick-borne diseases.

  1. Lyme Disease
  2. Ehrlichiosis
  3. Anaplasmosis
  4. Babesiosis

 

1. Lyme Disease

Al jaren wordt aandacht besteedt aan de grote hoeveelheid teken in Nederland. Dit naar aanleiding van het Persbericht uitgegeven door de Universiteit van Wageningen (2007, zie menulink) over het aantal besmette teken met de bacterie Borrelia in Nederland. Deze bacterie kan de ziekte van Lyme veroorzaken bij mens en dier. In het journaal werd er veel aandacht besteedt aan teken bij de mens, maar hoe zit het met de teken bij uw huisdier. Hoe kunt u het voorkomen en hoe herkent u de symptomen van de ziekte van Lyme?

Uit het onderzoek van de Universiteit van Wageningen blijkt dat de kans een besmetting op te lopen van een teek in ons land tweemaal zo groot is als in de rest van Europa, waarbij gebieden als Schouwe Duivenland, Goeree Overflakkee, Drenthe en de Waddeneilanden met stip boven aan staan.

Gemiddeld 20% van de teken in Nederland is besmet met de Borrelia bacterie, terwijl in andere delen van Europa dit percentage op 10% ligt. De Borrelia bacterie kan bij mens en dier de ziekte van Lyme veroorzaken. Deze bacterie bevindt zich in de darm van teken. Als de teek zich in de huid van een hond of kat hecht en bloed zuigt, gaat de bacterie zich vermenigvuldigen en via het speeksel of de darminhoud de hond of kat besmetten. De meeste dieren die gebeten worden met een geïnfecteerde teek zullen echter nooit de ziekte van Lyme krijgen.

 

Symptomen

De klachten van Lyme Disease kunnen bestaan uit:

  • Sloomheid en
  • Een rode uitbreidende plek rond de teek. Hierna kan de hond of kat maanden tot jaren (of zelfs levenslang) symptoomloos
  • Jaren na de infectie kunnen soms nog symptomen optreden, zoals gewrichtsklachten (stijf en pijnlijk), ontstekingen van de lymfevaten en koorts. Soms worden ook hartspierontstekingen en nierinfecties
  • Ook kunnen symptomen aan het centrale zenuwstelsel optreden. Deze uiten zich in gedragsveranderingen zoals agressiviteit, epileptische aanvallen en andere neurologische verschijnselen.

Omdat de symptomen kunnen ontstaan lange tijd nadat de teek heeft gebeten wordt soms niet direct de link met de ziekte van Lyme gelegd. Het is daarom belangrijk de plek waar een teek heeft gezeten de dagen daarna te blijven controleren op roodheid.

 

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van een combinatie van gegevens: historie (tekenbeet), ziektebeeld, bloedonderzoek (haematologie, biochemisch profiel en serologie), uitsluiten van andere ziektes (complicaties, concomiterende ziektes) en de reactie op de antibioticum behandeling (binnen 1-2 dagen koorts en kreupelheid verdwenen).

Haematologie en biochemisch profiel zijn meestal normaal. Antilichamen (serologie) zijn pas aantoonbaar 3 – 5 weken na infectie en kunnen lang in het bloed aanwezig blijven (maanden tot soms jaren). Antilichamen tonen slechts aan dat de hond in contact (geweest) is met Borrelia burgdorferi. Kweek en PCR worden om meerdere redenen – betrouwbaarheid, kosten, invasiviteit monstername, wachttijd tot uitslag – niet uitgevoerd.

 

Therapie

Doxycycline 10 mg / kg LG, elke 24 uur, gedurende 30 dagen of amoxycilline 11 – 22 mg / kg LG, elke 8 – 12 uur, gedurende 30 dagen. Bij voorkeur samen met de voeding.

Amoxycilline wordt met name geadviseerd bij pups i.v.m. eventuele verkleuring van het jonge gebit als gevolg van doxycycline. Respons: binnen 1 – 2 dagen moeten koorts en kreupelheid zijn verdwenen.

Preventief antibiotica geven bij een / elke tekenbeet wordt afgeraden omdat de kans om daadwerkelijk ziek te worden klein is en complicaties zelden voorkomen.

Er moet rekening worden gehouden met het feit, dat antibiotica niet alle bacteriën in het lichaam bereiken / doden.

 

Besmetting

In het bos is het risico op een tekenbeet het grootst, gevolgd door de eigen tuin en de duinen. Volgens de onderzoekers is het verrassend dat, op wandelen na, tuinieren de grootste kans op een beet oplevert. Dit betekent dus ook dat als uw hond of kat lekker in de tuin loopt rond te struinen hij een grote kans heeft om daar een tekenbeet op te lopen. Mensen en dieren worden door volwassen teken gebeten, maar veel vaker door de nimfen,  die veel kleiner zijn. Vooral in voor- en najaar zijn ze actief. Teken wachten hun gastheren op, hangend aan twijgjes en grashalmen of hoge planten.

Het duurt een tijdje voordat een teek zich heeft vastgezet. Dit doen ze met behulp van een cementlaagje. De zuigsnuit werkt zich daarbij diep in de huid en 24 uur daarna wordt speeksel van de teek in de wond en dus in het bloed gespoten.

Wanneer een teek voor die tijd wordt verwijderd, zal er in het algemeen geen probleem ontstaan. Het is dus verstandig altijd een tekenpen of tekenlasso mee te nemen, zodat de teek direct verwijderd kan worden. Nooit de teek vooraf ‘verdoven’ met alcohol, brandende sigarettenpeuken etc. want dan raakt hij ‘in de stress’ en gooit hij als in een shockreactie alle gifstoffen (dus ook de Borrelia bacterie) uit zijn lijf in de huid.

 

Preventie

Teken zijn actief bij temperaturen > 5-10 °C en vooral in de periode maart – oktober. Er zijn vier mogelijkheden voor preventie: (1) tekenvrije / -arme omgeving creëren, (2) tijdig en op de juiste manier teken bij de hond verwijderen, (3) de hond met tekenbestrijdingsmiddelen behandelen en (4) de hond vaccineren tegen Borrelia burgdorferi.

  1. Tekenvrije / -arme omgeving
    Teken bevinden zich in lage dichte begroeiing (dus niet in bomen): dode bladeren, schaduwrijk hoog gras, varens, bosbessenstruiken e.d. Minder op open vlaktes: open weiden, uiterwaarden, hei e.d. Teken komen ook voor in tuinen (!) en (stads)parken.  Preventie is dus mogelijk door adequaat tuinonderhoud en de keuze van een andere uitlaatplek. Lees voor meer en actuele informatie: tekenradar.nl
  2. Teken verwijderen
    Transmissie van Borrelia van de teek in de hond vindt plaats 36-38 uur (variatie 24-48 uur) na de beet. Dagelijkse tekencontrole is een zinvolle preventieve maatregel. Bij dichtbehaarde honden en kleine nog niet volgezogen teken kan dat lastig zijn. Geen ‘verdovende’ middelen gebruiken; ontsmettingsmiddelen pas nadat de teek eruit getrokken is. De teek is bij het verwijderen niet besmettelijk voor de mens.
  3. Teken bestrijdingsmiddelen
    Wat de Nederlandse situatie betreft: in periodes en gebieden van verhoogd risico (maart – oktober) met 50% besmettingskans en een voor teken zeer ‘vatbare hond’ kan het verstandig zijn om gebruik te maken van tekenbestrijdingsmiddelen zoals Scalibor®, Vectra® 3D en Bravecto®. Voor reizen naar het buitenland (Zuid Europa) zijn deze bestrijdingsmiddelen een ‘must’.
  4. Vaccinatie tegen Borrelia
    Merial heeft een vaccin tegen ziekte van Lyme in de handel gebracht onder de naam Merilym 3. Voor de Nederlandse situatie is het de vraag of vaccinatie zinvol is. Vaccinatie zou in elk geval wel zinvol kunnen zijn voor honden die voor langere tijd (maanden tot jaren) in een voor Borrelia endemisch gebied in het buitenland verblijven. In dat geval is het raadzaam om eerst bij de lokale dierenarts te informeren naar de noodzaak van deze en overige vaccinaties.

 

2. Ehrlichiose

Ehrlichia is een parasiet van de witte bloedcellen, die ernstige en soms fatale infecties veroorzaakt. Overdracht gebeurt door de tekensoort Ixodes. Deze teek komt van oorsprong niet in Nederland voor. Zowel de larve, nimfe als de volwassen teek kunnen besmet zijn. De bloedparasiet wordt overgedragen op de hond of kat na een bloedmaaltijd van de teek van 24-48uur. In Europa zijn tot 20% van de teken besmet met deze bacterie. De bacterie kan in knaagdieren en herkauwers overleven zonder dat deze dieren daar ziek van worden, zij vormen op die manier een reservoir. Vaak komen er meng- infecties voor met Borrelia (ziekte van Lyme).

 

Symptomen

Vaak kan een besmetting van de hond verlopen zonder symptomen. Indien er symptomen ontstaan dan treden deze op 4 tot 14dagen na de besmetting.

Symptomen:

  • Koorts, suf zijn, verzwakt en een verminderde
  • Bloedstollingstoornissen (bloedingen in de huid, neusbloedingen)
  • Mank lopen tgv poly-artritis: Pijnlijke gezwollen gewrichten aan 1 of meerdere poten
  • Stijfheid
  • Centraal zenuwstelsel stoornissen
  • Epilepsie
  • Spasmen

 

Diagnose

De diagnose kan worden vermoedt aan de hand van de voorgeschiedenis en de symptomen. Tevens kunnen er veranderingen in het bloedbeeld worden aangetoond en moet er een bloeduitstijkje gemaakt worden. 1 tot 4 weken na blootstelling worden honden seropositief: het lichaam maakt antistoffen tegen de parasiet. Deze antilichamen blijven in het bloed. Aantonen van deze antilichamen bewijst dus dat de hond Ehrlichia heeft gehad, maar niet dat de Ehrlichia ook verantwoordelijk is voor de huidige klachten. Eventueel kan een PCR test worden uitgevoerd om het DNA van de parasiet zelf aan te tonen. Een negatief PCR resultaat sluit de parasiet echter niet uit. Als laatste kan de parasiet worden aangetoond in een bloeduitstijkje. De parasiet bevindt zich dan in de witte bloedcellen.

 

Behandeling

Een snelle behandeling met Doxycycline leidt meestal tot volledig herstel. De gemiddelde behandeling duurt 4 weken. Honden die al heel lang besmet zijn, moeten vaak ook lang antibiotica krijgen.

 

Preventie

De hond vrij houden van teken. Een goed tekenband of regelmatige behandeling  met pipetten tegen teken zijn dus zeker aangewezen. Daarnaast moet uw hond dagelijks op teken worden gecontroleerd en moeten deze meteen en op de juiste manier verwijderd worden.

 

3. Anaplasmosis

Anaplasma phagocytophilum is een kleine (0,2-1,0 μ) Gramnegatieve obligate intracellulaire bacterie, welke verwant is met onder meer Rickettsia en Ehrlichia. A. phagocytophilum is identisch met de oorspronkelijk als veterinaire pathogenen bestempelde Ehrlichia equi bij de paarden en Ehrlichia phagocytophila bij de herkauwers. A. phagocytophilum wordt sinds 1994 als een aparte species erkend. A. phagocytophilum infecteert de granulocyten in het perifeer bloed en in de weefsels (beenmerg, milt, …).

 

Symptomen

De symptomen die gezien worden bij honden met een Anaplasma phagocytophilum (voorheen Ehrlichia phagocytophilum) infectie kunnen vergelijkbaar zijn met die van de  ziekte van Lyme, namelijk polyartritis (kreupelheid), koorts, lethargie (acute lusteloosheid), anorexia, benauwdheid en lymfadenopathie en daarnaast uveïtis en trombocytopenie. Morulae kunnen aangetroffen worden in de neutrofielen in perifeer bloed of synoviaal vocht. In een Berlijnse publicatie werden ook braken, bleke slijmvliezen en diarree als aspecifieke symptomen genoemd. Veel honden die gediagnosticeerd zijn met de ziekte van Lyme zouden, op basis van de klinische verschijnselen en de resultaten van serologisch onderzoek, ook een infectie met Anaplasma kunnen hebben of een co-infectie met beide organismen. Honden die geïnfecteerd zijn met zowel B.burgdorferi als A.phagocytophilum hebben een twee keer zo grote kans op het vertonen van symptomen.

 

Prevalentie

De vector voor zowel anaplasmose als de ziekte van Lyme is de Ixodes ricinus teek. De toenemende geografische verspreiding van deze teek heeft ervoor gezorgd dat anaplasmose een ‘opkomende ziekte’ is geworden, aldus dr. Barbara Kohn tijdens het CVBD symposium in 2008. De ‘opkomst’ van deze ziekte is ook het resultaat van een groter bewustzijn van door teken overgebrachte ziekten bij mensen en huisdieren. Dit blijkt uit het feit dat sinds de jaren 80 meer dan 15 nieuwe door tekenovergebrachte ziekten zijn beschreven.

In een recent Duits onderzoek werden 5.881 monsters van honden onderzocht op anaplasmose en de ziekte van Lyme. Uit dit onderzoek bleek een hoge prevalentie van anaplasmose in de serummonsters (19,5 – 31,5%) en een veel lagere prevalentie van de ziekte van Lyme (1,9 – 10,3%).

Vreemd genoeg is dit omgekeerd evenredig met de infectieratio die gevonden is bij teken in Duitsland. Eén van de conclusies van de onderzoekers was: ‘Het feit dat bijna iedere vijfde hond antilichamen heeft tegen dit agens zou dierenartsen er met name toe moeten zetten  om rekening te houden met deze infectie tijdens routinediagnoses.‘

 

Diagnose

De diagnose kan worden gesteld door middel van bloedonderzoek. Één tot vier weken na blootstelling aan de parasiet worden dieren seropositief, wat wil zeggen dat het lichaam antistoffen heeft aangemaakt tegen de parasiet. Door het aantonen van antistoffen wordt bewezen dat de hond ooit Anaplasma heeft gehad. Het wil niet meteen zeggen dat het dier op dit moment ook ziek is van de Anaplasma. Met een PCR test (DNA test) kan de parasiet zelf worden aangetoond. De parasiet zit in de witte bloedcellen en kan microscopisch door ervaren laboranten worden gezien.

 

Behandeling

Voor patiënten met klinische tekenen die duiden op infectie met A. phagocytophilum en B. burgdorferi is behandeling met doxycycline het meest gebruikelijk (5 tot 10 mg/kg, tweemaal daags oraal toegediend met het voer). Nefropathie met ernstig eiwitverlies, één van de symptomen van de ziekte van Lyme bij honden, kan echter meestal niet behandeld worden met antibiotica en is vaak dodelijk. Honden die uveïtis ontwikkelen als gevolg van een infectie met A. phagocytophilum reageren op zowel oraal toegediende doxycycline en niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s) als op indometacine oogdruppels en behandeling met antibiotica/ corticosteroïden, een behandelprotocol dat is ontwikkeld in samenwerking met een veterinair ophtalmoloog.

 

Preventie

Probeer blootstelling aan teken te vermijden. Hiervoor zijn beschermende middelen verkrijgbaar. Daarnaast is het belangrijk uw hond dagelijks op teken te controleren en deze te verwijderen.

 

Conclusie

De toename van het aantal met B. burgdorferi en A. phagocytophilum besmette honden wordt door een aantal factoren veroorzaakt: de toenemende verspreiding van de vector (teken) en eigenaren die hun honden steeds vaker mee op reis nemen. Daarnaast moet rekening gehouden worden met het risico op een co-infectie, omdat deze organismen dezelfde teek als vector hebben.

 

4. Babesioses

Babesia is een bloedparasiet, die door teken wordt overgebracht en zorgt voor de ziekte Babesiose. De vector (de teek) komt enkel in tropische en subtropische gebieden voor. In het geval van Nederland zijn honden die naar het zuiden op vakantie mee geweest zijn dan ook verdacht. Bij dieren die het land niet uit geweest zijn, moet men Babesiose toch in het achterhoofd houden omdat teken zich naar meer noordelijke streken verplaatst hebben.

De parasiet wordt overgebracht door de tekenbeet. De infectie treedt pas op als de teek 24-48 uur heeft bloedgezogen. Op tijd verwijderen van de teek is dus een preventieve handeling.

 

Voorkomen

Babesia komt voor in tropische en subtropische streken. Endemisch in bepaalde streken van Frankrijk nl. het Zuidwesten, het centrale gedeelte en de streek rond de Loire. Ook in veel Mediterrane landen zoals Spanje en Italië alsook in Noord Afrika komt de ziekte veelvuldig voor. Sporadisch in België, Nederland, Duitsland, Engeland en Zwitserland. Door toenemend reizigersverkeer stijgt het voorkomen in toenemende mate.

 

Cyclus

Babesia heeft een indirecte cyclus. Als tussengastheer fungeren 2 tekensoorten: t.w. Dermacentor reticulatus (=meest frequente overdrager) en Rhipicephalus sanguineus. Bij het einde van de bloedmaaltijd dringen de besmettelijke vormen van Babesia onmiddellijk in de rode bloedcel (RBC) van de hond waarin door deling ongeveer 16 tot maximaal 32 parasieten ontstaan.  Dan ontsnappen deze, dringen gezonde RBC binnen totdat de immunologische reacties de verdere ontwikkeling van de parasiet gaan beïnvloeden (vertragen).

 

Symptomen

Op elke leeftijd zijn honden gevoelig voor infectie. In endemische gebieden worden de honden al op jeugdige leeftijd geïnfecteerd waardoor het ziekteverloop milder is. Oudere dieren die in endemische gebieden binnengebracht worden (tijdens vakanties) kunnen zeer zwaar ziek worden, vaak met fatale afloop. De incubatietijd bedraagt 1-3 weken. De ziekte zet steeds met koorts in.

We kennen het acute verloop, 1-3 weken na de tekenbeet, met symptomen:

  • Matige tot hoge koorts
  • Lusteloosheid
  • Anorexie
  • Geelzucht
  • Braken
  • Rood gekleurde urine
  • Bloedarmoede
  • Shock
  • Nierfalen
  • Hersenverschijnselen
  • Maagdarmklachten
  • Overlijden

Daarnaast zien we een chronische vorm, met symptomen van:

  • Matige sloomheid
  • Terugkerende koorts
  • Bloedarmoede
  • Spierontstekingen
  • Gewrichtsontstekingen

 

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van anamneses en bloedonderzoek.

  1. Belangrijk is of de hond in het buitenland is geweest, welke streek en welk seizoen, klinische symptomen en aanwezigheid van
  2. Aantonen van Babesia in een bloeduitstrijkje van capillair bloed (de parasiet is dan zichtbaar in de rode bloedcel)
  3. De parasiet kan ook zichtbaar worden gemaakt met een DNA-test van het bloed (PCR)
  4. Aantonen van antistoffen tegen Babesia (meetbaar vanaf 2 weken na de infectie). Bij een positieve reactie wordt het dier als een parasietdrager Het betekent dat het dier ooit in aanraking is gekomen met de parasiet, maar niet dat de huidige klachten ook door Babesia worden veroorzaakt.
 

Behandeling

Allereerst moet er een ondersteunende therapie ingesteld worden (dus bloedtransfusie, vloeistof therapie (infuus). Liefst geen immuun suppressieve medicatie gebruiken (corticosteroïden). Ook antibiotica zijn in dit geval geïndiceerd.

In afwachting van de definitieve diagnose kan met Doxycycline worden gestart, ook werkzaam tegen Ehrlichia en Anaplasma, welke door dezelfde teek kunnen worden overgebracht.

Na het stellen van de diagnose Babesia moet de hond worden behandeld met Imizol® (Imidocarb Diproprionaat). Dit dient snel toegediend te worden, daar het een pijnlijke injectie is. Het is raadzaam de injectie na 14 dagen te herhalen, omdat het dan ook werkzaam is tegen Ehrlichia en Anaplasma, die vaak gezamenlijk met Babesia voorkomen.

Als bijwerking kan de hond binnen een uur na de injectie overmatig gaan speekselen. Ook kan het dier benauwd worden, gaan braken of diarree krijgen. Om deze bijwerkingen te verzachten kan atropine worden toegediend.

In Frankrijk en Zwitserland is een vaccin op de markt dat niet altijd doeltreffend is wegens het voorkomen van verschillende stammen Babesia.

 

Preventie

  • Er ontstaat geen immuniteit tegen Babesia, dus herinfectie behoort absoluut tot de mogelijkheden.
  • Bij gebruik van bloeddonoren mogen geen verdachte dieren gebruikt worden. Transfusie blijkt een mogelijkheid tot infectie te
  • De belangrijkste preventieve maatregel is voorkomen dat teken zolang op het dier blijven zitten dat zij de parasiet over kunnen brengen (meestal > 24 u). Dit is mogelijk door een goede parasietenbestrijding met bijvoorbeeld Scalibor/Stronghold, al voordat het dier meegenomen wordt naar een gebied waar de ziekte Daarnaast dient uw hond dagelijks op teken te worden gecontroleerd en moeten deze zo snel mogelijk worden verwijderd.
  • Vaccinatie (Pirodog): 2 injecties subcutaan met 3-4 weken interval. Vanaf 5 maanden leeftijd. Laatste enting 1 week voor vertrek. Na enting is er een beperkte immuniteit gedurende 3
  • Bij honden met een minder goed werkend afweersysteem of na het verwijderen van de milt kan preventief worden behandeld met Imidocarb (eenmalige injectie) en Doxycycline (1dd). Dit voorkomt niet de infectie, maar wel de ziekte.

Om tekenbesmetting van uw hond te voorkomen zijn er verschillende middelen verkrijgbaar. U kunt gebruik maken van pipetten, die op de huid tussen de schouderbladen, 1 x per maand toegediend moeten worden. Voor de pipetten geldt in de meeste gevallen dat dit een combinatie met een vlooienbestrijdingsmiddel is, zodat u in één handeling uw huisdier preventief kunt behandelen tegen vlooien en teken.

 

Over gezondheid en verzorging

Gezondheid en verzorging

Lees goed het onderstaande alvorens de op de site aangeboden informatie te gebruiken.

Het overzicht van de verschillende ziektebeelden is ALGEMEEN en hebben NIETS met ras typische ziektes te maken!

De webredactie van Old English Sheepdog Club Nederland doet haar uiterste best om de vermelde informatie zo volledig en nauwkeurig mogelijk samen te stellen en te onderhouden, maar staat niet in voor de medische correctheid, volledigheid en actualiteit van de informatie op deze site met overzicht van hondenziektes.De informatie op deze site is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden, bijvoorbeeld om in je in te lezen voordat je naar de dierenarts gaat. De inhoud is dan ook niet bedoeld ter vervanging van professioneel medisch advies. Het gebruik van informatie op deze site en eventuele beslissingen die je neemt op basis van die informatie, is voor eigen verantwoording.

De Old English Sheepdog Club Nederland is onder geen beding verantwoordelijk te stellen.